
De eerste ervaringen met het verschijnsel Déesse hebben op mij een diepe indruk gemaakt.
De eerste kennismaking
In het introductiejaar 1955 was ik pas negen, maar ik zie het nog allemaal haarscherp. Mijn vriendjes en ik wisten alles van auto's en we volgden alle merken en types. Zonder hem gezien te hebben, leek de DS iets onwezenlijks. Toen kwam de mare: "Hij is gesignaleerd!" Dat moet in 1956 zijn geweest. Wij erop af met onze autopeds. Ik weet nog precies waar hij stond, namelijk op de Graadt van Roggenweg in Utrecht. Hoelang we hebben gewacht, herinner ik me niet meer, maar we moesten en zouden het starten, opstijgen en wegrijden met eigen ogen aanschouwen. De weken daarna hebben we over niets anders gepraat.

De eerste rijervaring
Omstreeks 1962 was ik liftend vakantie aan het vieren in Frankrijk. De broer van mijn liftvriend was getrouwd met een Franse dame van stand die in een heus château woonde. Uiteraard had haar familie dé auto van die tijd, de DS. Toen wij langskwamen in onze schooiers-lifterskleren kregen we een hartelijke ontvangst. Voor een afhaalritje van het station naar het kasteel werden wij uitgenodigd om mee te rijden. "Je voelt de weg niet", de naam die de DS toen al had, maakte hij volledig waar. Ik vond het echt een sensatie.

De eerste keer zelf sturen
Omstreeks 1969 had ik een vriendje in Delft die als Citrofiel beslag had weten te leggen op de directieauto van oud-KLM-directeur Horatius Albarda. Het was een zwarte DS Prestige, compleet met separatieruit. Het vriendje was nogal gemakkelijk met uitlenen en ik kreeg hem eens mee voor een uitwedstrijd van mijn volleybalteam. Met enig schoenlepelwerk en gebruik van de strapontins paste het hele team erin. Toen moest uiteraard de DS-remcapaciteit worden gedemonstreerd door het bedienen van enkel zo’n lullig knopje op de vloer. Nou dat hebben ze geweten: de helft van het team lag tegen de separatieruit aan.

Nog een keer zelf sturen
Drie vriendjes van mij zijn omstreeks 1973 in een ID19 Break met een zweefvliegtuig naar Noord-Afrika gereden voor een zweefvliegsafari. Er zijn diverse manieren om te starten met een zweefvliegtuig, zoals optrekken met een lier of achter een motorvliegtuig. Een ongebruikelijke methode is de autosleepstart, want daarvoor heb je een lange rechte weg nodig. Een startbaan is ideaal, maar meestal niet beschikbaar. Aangekomen in Marokko hebben zij het startprobleem opgelost door toestemming te vragen en te krijgen voor het gebruik van het privévliegveld van de toenmalige Koning Hassan-nogwat. Deze amateuristische fotoshop geeft wel de situatie weer met het werkelijke type zweefvliegtuig en voertuig en ook ongeveer het goede bouwjaar. En de Koning zag dat het goed was. Eigenlijk was de ID zwaar underpowered voor dit doel, maar met volledig plankgas slaagden zij erin om toch de vereiste starthoogte te bereiken, succesvol thermiek op te pikken en vervolgens hoog boven het Atlasgebergte te zweven. Na afloop van de safari was de ID volledig gaar, wat hij eigenlijk al was voor het vertrek, dus werd hij daarna ook makkelijk uitgeleend. Op de eerste rit was ik volledig verloren over het gedrag van de clignoteur. Aanzetten: geen probleem, uitzetten: met geen mogelijkheid. Na terugkomst van de rit werd mij met een grijns verteld dat het heel simpel is, hendel naar je toehalen en voilà: ruststand.
Wat mij betreft is de DS de enige echte auto van de twintigste eeuw!
Breeze